Caféschrijven

foto-cafe-utrecht-2000x500

De voordelen van het schrijven van een boek in een café moeten niet worden overdreven. Ik doe het geregeld, ergens in een café gaan zitten met een kopje espresso en mijn laptopje en dan de 500 woorden produceren die ik van mijzelf minimaal per dag moet schrijven. Ik vertel mensen dan dat het zo helpt om helemaal te focussen op mijn tekst en niet afgeleid te worden door wat er thuis allemaal te doen is. Koffietentjes zelf denken ook dat ze de ideale plek zijn voor schrijvers. Coffeecompany heeft zelfs een debutantenprijs voor al die caféschrijvers.  In principe werkt het ook wel om vanachter je vaste bureau vandaan te komen af en toe en meestal krijg ik mijn 500 woorden wel op papier, maar heel efficiënt werken is het vaak niet. Het belangrijkste dat je nodig hebt in een café is dat het er helemaal rustig is of juist zo druk dat je een soort muur van geluid om je heen hebt waar je in weg kunt zinken. De beste werkplek die ik ooit had was op een kantoor in Londen waar we met ruim twintig man op een verdieping zaten, met ieder ons eigen cubicle.  Zo’n cubicle was niet meer dan je eigen hoekje met daaromheen halfhoge kamerschermen en een klein bureautje. Omdat iedereen dat had en iedereen de hele dag zat te bellen, te typen en te overleggen, had het daar het geluidsniveau van een frontlinie. En dat was precies wat we allemaal nodig hadden om zeer productief te zijn: je voelde je als een oorlogscorrespondent die niet wist of je je over een uur nog wel kon concentreren, dus je zat als een bezetene te werken. Zulke café’s, met zo’n gevoel, die werken! Het meest rampzalige dat er kan gebeuren is dat er een paar mensen heel dicht naast je komen zitten en een luid gesprek gaan voeren over iets totaal anders of op een totaal andere golflengte dan waar je mee bezig bent. Hoewel, die makelaar met zijn twee klanten die een tijdje terug hinderlijk dichtbij kwam zitten en ook hinderlijk hard praatte, heeft me uiteindelijk toch verder geholpen. Na een kort gesprek met zijn klanten over de sleuteloverdracht ging het al snel over hun vakantie naar Curaçao. ‘O, Curaçao, daar ben ik laatst ook nog geweest’, pochte de makelaar. ‘Als je daar een keer écht goed wil eten moet je naar de Penstraat. Daar zitten een restaurant dat heet… even kijken’. Omdat ik me toch niet meer kon concentreren Googelde ik het bewuste restaurant. Op het scherm opende zich een aantrekkelijk zomers restaurant en ik bladerde door naar witte stranden, een diepblauwe zee  en waande me elders. Het bleek een cadeautje, want toen de makelaar en zijn clientèle wegliepen wist ik hoe ik de kleuren van het landschap in mijn boek moest beschrijven. Het rolde er zo uit.

 

Foto Voline van Teeseling

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *