Een schitterend vergeten leven

orkest 3600x900

Het boek Een schitterend vergeten leven – de eeuw van Frieda Belinfante (1904-1995) is al een tijdje uit, maar ik kwam er pas kort geleden aan toe om het te lezen. Dankzij mijn leesclub, want we wilden graag lezen over een vrouw, over muziek, over Amsterdam en nog veel meer. We werden overvloedig bediend met dit boek.  We kregen niet alleen een levendig inkijkje in de jeugd van Frieda Belinfante, maar ook in een vluchtelingenkamp in Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog én in het naoorlogse VS. Frieda Belinfante was celliste, werd later dirigente en had haar bloeitijd in de VS. Ze gaf tot op hoge leeftijd cello- en pianoles en had een enorm netwerk in het muzikale leven van Europa en de VS. Echt doorbreken deed ze nooit, mede doordat ze lesbienne was. Een publiek geheim, maar in het conservatieve VS niet echt een career booster. Deze eerlijke en muzikale vrouw  was, ondanks de conservatieve sfeer in de VS, totaal zichzelf en lijkt daar nooit spijt van te hebben gehad. Ze bleef haar leven lang doen waar ze in geloofde en waar ze goed in was, ongevoelig voor roem, geld en aanzien. Ze gaf net zo graag les aan beginners als aan zeer getalenteerde en professionele cellisten en pianisten en deed er alles aan om mensen te stimuleren om muziek te spelen. Wat haar zo’n interessant mens maakte is het contrast tussen haar tomeloze ambitie in de muziek en haar zorgzaamheid als partner en vriendin van velen in haar privéleven. Ook was ze gek op fruit en bracht ze uren door in de keuken om jam te maken. Het boek leest voor een biografie soepel door, op het einde na misschien, en levert veel nieuwe inzichten op en prachtige scenes en interessante quotes. Het is moeilijk kiezen, maar een uitspraak die zeker intrigeert is niet van Frieda Belinfante zelf, maar van haar leraar. Niet iets waar je jezelf populair mee maakt. Hij komt van de dirigent Scherchen: ‘Geen enkele noot is onschuldig, in elke noot schuilt een geheim. Wie ontdekt het geheim? De dirigent en niemand anders. Hij bezit de gave de materie te doorzien, magie te veroorzaken, verborgen krachten los te breken. De dirigent is de ik, en het orkest is pas nodig als de dirigent zich de muziek eigen heeft gemaakt en innerlijk tot glans heeft gebracht.’

NB. Van dit boek is een hoorspel gemaakt dat is terug te luisteren via een serie podcasts. Zie Opiumop4.

Foto Pixabay/Pexels

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *