En wat heeft dat met mij te maken

Battyanyi ter 2 4000x1000

Ooit woonde ik in Boedapest, niet ver van Batthyány tér (Batthyány plein). Ik ging daar heen om potten en pannen te kopen voor in mijn kleine appartementje aan de Donau en om de hév, een soort bovengrondse metro, te nemen naar mijn werk. Dat Batthyány de naam was van een familie die in vervlogen tijden van belang was in Hongarije had ik nog onthouden, maar meer details eigenlijk niet. Toen ik niet zo lang gelden weer eens in de bibliotheek ronddwaalde en mijn oog viel op het boek En wat heeft dat met mij te maken – Mijn familiegeschiedenis, Een misdaad in 1945 van een schrijver genaamd Batthyany, kwamen de kleuren, beelden en herinneringen aan Boedapest weer terug. Bij nadere inspectie bleek het om een familiegeschiedenis te gaan, maar dan een met een wat ongebruikelijk titel. De bibliotheek had er de sticker ‘nieuw’ opgeplakt en dus nam ik het mee.

Wat doe je als een collega je op een dag een artikel onder je neus houdt waarin je oudtante ervan wordt beschuldigd medeplichtig te zijn aan de wrede dood van 180 joden? In eerste instantie zeggen dat jij daar niets mee te maken hebt. De journalist Sacha Battyany hield deze houding echter toch niet vol. Hij ging op zoek naar de ware toedracht van dit stukje Hongaarse geschiedenis, waarbij hij de dagboeken van zijn grootmoeder die hij na haar overlijden had gekregen, afstofte en probeerde te ontcijferen en duiden. Niet alleen de vraag naar de werkelijke toedracht, maar ook de vraag naar wat de schrijver zelf te maken heeft met zijn familiegeschiedenis staan centraal in dit boek. Dagboekfragmenten, het verhaal van de zoektocht naar de familiegeschiedenis én sessies van de schrijver bij een psychoanalyticus die zich specialiseert in de wijze waarop familiegeschiedenissen aan latere generaties worden doorgegeven, wisselen elkaar af tot de journalist alles weet wat hij moet weten om verder te kunnen met zijn leven.

Het schrijven van een familieverhaal aan de hand van de zoektocht van de schrijver, vaak een familielid, is immens populair. Denk aan Het pauperparadijs waarin journalist en schrijfster Suzanna Janssen de geschiedenis van haar voorouders en daarmee de geschiedenis van de opvang van arme gezinnen en landlopers beschrijft, aan Kameraad Baron van Jaap Scholten en Oorlog en terpetijn van Stefan Hertmans. Misschien begin ik te wennen aan dit perspectief, waarin je over de schouder van de schrijver meekijkt, maar het hier beschreven boek En wat heeft dat met mij te maken is me beter bevallen dan sommige van de andere genoemde boeken. Hoe goed geschreven ook, ik heb me bij Het pauperparadijs en Oorlog en terpentijn tijdens het lezen meermalen afgevraagd waarom ik als lezer eigenlijk moest weten hoe de zoektocht van de schrijver is verlopen en wat de auteur precies dacht toen hij de beschreven informatie vond. Dat de schrijver familie is van de hoofdpersoon rechtvaardigt niet perse dat die als ik-personage voorkomt in het boek. In bijvoorbeeld Kameraad Baron koketteert Jaap Scholten zelfs zoveel met de adellijke afkomst van zijn (schoon)familie en met zijn kennis over de adel in Hongarije dat het irriteert. Veel liever lees ik gefictionaliseerde familiegeschiedenissen als Heren van de thee van Hella Haasse, die zelf buiten beeld blijft, of Het huis met de leeuwen van Tania Heimans over de familie achter de vroege diergaarde in Blijdorp in Rotterdam. Beide schrijfsters, al dan niet per toeval vrouw, hebben uiteraard een relatie met de families die ze beschrijven, maar zij houden het bij de verantwoording achterin het boek om mij daar als lezer mee te vermoeien.

Hoe anders is het mij bevallen in dit boek. De vraag Wat heb ik eigenlijk te maken met mijn familiegeschiedenis? is een intrigerende vraag die de vraag naar het bestaansrecht van alle bovengenoemde boeken omvat. Waarom heeft Suzanne Janssen het verhaal van haar overgrootvader achterhaald en opgetekend? Wat zegt dat over haar familie en over haar? En waarom zou ik dat willen weten? Sacha Battyany zet mij in ieder geval aan het denken over mij als lezer, over mij als schrijver van portretten en familieverhalen en over wat je eigenlijk teweegbrengt als je dergelijke verhalen oprakelt. Waar Hella Haasse benadrukte dat iedereen zijn identiteit deels ontleent aan zijn familiegeschiedenis, filosofeert Sacha Battyany over het recht op een eigen verhaal. Wat mij betreft is dit boek een must read voor iedereen die zich interesseert voor familiegeschiedenissen en zich wel eens heeft afgevraagd waar al dat gegraaf in het verleden eigenlijk goed voor is.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *